Shahab Sherafati
Geplaatst in: Google Analytics

GA4 klaarzetten in 5 stappen

april 23, 2021

We hebben nu al een aantal maanden mogen proeven van GA4. Ondanks de voordelen die het biedt (zie ook de blog van Akke) is het voor veel gebruikers nog onduidelijk wat je allemaal moet instellen om echt van start te kunnen met GA4. 

Wij zijn in de materie gedoken en na een hoop vallen en opstaan, hebben wij de belangrijkste 5 stappen inzichtelijk gekregen. Benieuwd wat deze stappen zijn? In deze blog, die je in 4 minuten leest, leggen wij het uit.

Instellen GA4

Allereerst kort de instructies om GA4 in te stellen. 

Opzetten nieuwe GA4 property
Als je dit vanuit Universal Analytics gaat instellen kan dit het beste de optie “instelassistent voor GA4” vanuit “Beheerder” – zie hieronder.

Klik vervolgens op “Aan de slag” en kies daarna voor “Property maken”.

Daarna navigeer je naar de nieuwe property vanuit waar je ook GA4 kan implementeren op je website. 

GA4 implementeren op je website

Ga onder de “installatieassistent” naar “Taginstallatie” en selecteer de zogenoemde gegevensstream  – zie hieronder.

Onder “Webstreamgegevens” selecteer je vervolgens de manier waarmee je GA4 gaat implementeren. Hier zijn twee methodes voor:

  • Via de algemene sitetag – waarbij jij of de developer het aangegeven stuk code in de <head> van de website plakt
  • Via Google Tag Manager – waarbij je eenvoudig met de Metings-id een tag kan opzetten – zie ook dit artikel.

Zodra je GA4 hebt geïmplementeerd kan er data verzameld worden.

Google signals inschakelen

Om de data van GA4 te verrijken raden wij aan om Google Signals in te schakelen. Met deze functionaliteit verbeteren de analytics functies d.m.v. persoonlijke data van de gebruikers die hier toestemming voor hebben gegeven. Denk hier bijvoorbeeld aan extra informatie welke rol mobiel en desktop hebben in het conversiepad. Deze data haalt Google van de gebruikers die zijn ingelogd met hun Google account. 

Voordat je Google Signals inschakelt moet je inchecken of onderstaande punten zijn opgenomen in je privacy statement:

  • De Google Analytics-advertentiefuncties die je hebt geïmplementeerd.
  • De wijze waarop je en andere leveranciers first-party-cookies (zoals de Google Analytics-cookie) of andere first-party-ID’s combineren met cookies van derden (zoals de advertentiecookies van Google) of andere ID’s van derden.
  • De wijze waarop bezoekers zich kunnen afmelden voor de Google Analytics-advertentiefuncties die u gebruikt. Bijvoorbeeld via ‘Advertentie-instellingen’, via ‘Advertentie-instellingen voor mobiele apps’ of via andere beschikbare middelen, zoals de afmeldingstool voor consumenten van het Network Advertising Initiative(NAI)

Als je dit hebt gedaan, kan je Google Signals inschakelen via onderstaande stappen:

Ga vanuit “Beheerder” onder de “installatieassistent” naar “Google-signalen activeren” en selecteer “Aan de slag” – zie hieronder. Nadat je op “doorgaan” en “activeren” hebt geklikt, is Google Signals ingeschakeld.

Voor e-commerce partijen: e-commerce tracking instellen

Als e-commerce partij wil je natuurlijk in staat zijn om met GA4 conversiewaarde te attribueren. Net zoals bij UA moet je de dataLayer inrichten met variabelen waarmee Google Analytics snapt wanneer er bepaalde e-commerce gebeurtenissen plaatsvinden.

Denk hier aan gebeurtenissen zoals: Bekijken van producten, toevoegingen aan winkelmandjes, doorlopen checkout en aankopen. Afhankelijk van de gebeurtenis wil je ook extra informatie mee schieten zoals welke producten werden toegevoegd aan het winkelmandje en hoeveel opbrengst er uit de aankoop kwam.

In grote lijnen lijkt de implementatie bij UA en GA4 op elkaar:

  • Je plaatst een script om de dataLayer te vullen op de pagina van een e-commerce gebeurtenis
  • Via Google Tag Manager kan je ervoor zorgen dat Google Analytics deze variabelen opneemt

Wel zijn er twee belangrijke verschillen tussen UA en GA4:

  • Sommige variabelen in de dataLayer zijn anders, waardoor je een apart script voor GA4 nodig hebt
  • De implementatie met Google Tag Manager is anders – namelijk bij UA maak je een wijziging aan je all-pages script tag en bij GA4 maak je per gebeurtenis een aparte tag aan.

In screen #4 zie je hoe bijvoorbeeld de Purchase gebeurtenis wordt ingesteld voor UA:

Als je bovenstaande met onderstaande screen vergelijkt zie je dat er verschillende dataLayer variabelen benodigd zijn en dat de purchase gebeurtenis een eigen tag heeft, dit geldt dus ook voor andere gebeurtenissen.

Zie voor alle benodigde scripts per e-commerce gebeurtenis dit artikel. Onthoud dat je deze scripts altijd in de <head> plaatst boven de Google Tag Manager container.

Conversies instellen

Nu GA4 is geïmplementeerd kan je de property 24 uur data laten verzamelen. Het grote voordeel van GA4 is dat deze zelf in staat is om bepaalde gebeurtenissen door te meten, zoals scrolls en verzonden formulieren. Om precies te zien welke gebeurtenissen GA4 zelf doormeet kan je naar “Gebeurtenissen” gaan binnen GA4 – zie hieronder.

Zoals je ziet, kan je hier ook gelijk gebeurtenissen selecteren als conversies. 

Zodra je een gebeurtenis aanvinkt als conversie, zal GA4 deze ook meenemen in de verschillende rapporten. 

Mocht GA4 niet de gebeurtenis doormeten die jij als conversie wilt opnemen, dan kan je deze zelf instellen vanuit Google Tag Manager.

Maak hierbij een tag aan (zoals in screen #7) waar je de gebeurtenis kan instellen die je in GA4 wilt doormeten. De naam die je hier ingeeft als gebeurtenisnaam, zal ook de naam zijn die je binnen “Gebeurtenissen” zal terugzien binnen GA4.

Nadat je de tag hebt gepubliceerd zal GA4 beginnen met data te verzamelen. Na ongeveer 24 uur kan je checken of je nieuwe gebeurtenis wordt meegenomen en zo ja, deze instellen als conversie – zie hieronder

Lijst voor ongewenste verwijzingen

Tot slot wil je er ook voor zorgen dat er niet bij bepaald referral verkeer onterecht conversies worden toegeschreven. 

Dit zie je vaak langskomen bij e-commerce partijen, waar bijvoorbeeld paypal.com wordt gezien als een verwijzing vanuit waar bezoekers aankopen doen. Dit geeft natuurlijk een vertekend beeld, omdat deze bezoekers vanuit andere kanalen zijn binnengekomen maar via paypal de betaling hebben gedaan. Maar omdat de bezoeker via paypal de website verlaat, herkent Google Analytics paypal als een aparte bron op het moment dat deze bezoeker de betaling afrondt en landt op de bedankpagina. 

Ook aan het eigen domein worden soms conversies toegeschreven, wat niet kan – gezien het eigen domein niet de bron kan zijn van aankopen. 

Gelukkig kunnen we binnen GA4 aangeven of er verwijzingen zijn die Google niet mag meetellen in het conversiepad, namelijk via de lijst voor ongewenste verwijzingen.

Maar eerst gaan we kijken of er binnen je GA4 property sprake is van ongewenste verwijzingen. Dit doe je vanuit “Acquisitie” waar je naar “Verkeersacquisitie” gaat, hier filter je op ”referral” – zie hieronder

Kijk hier vervolgens kritisch naar alle verwijzingen die niet kloppen en noteer ze. Dit zijn met name payment service providers en het eigen domein – zie het voorbeeld hieronder.

Nu kun je deze toevoegen aan de lijst met ongewenste verwijzingen:

Ga naar “Beheerder”, en ga via “Gegevensstreams” naar de “webstreamgegevens”. Hier klik je vervolgens op “Meer instellingen voor taggen” en daarna op “Een lijst met ongewenste verwijzingen maken” – zie hieronder.

Vanuit hier kan je alle domeinen opgeven die je wilt uitsluiten. Vergeet dit niet op te slaan – zie hieronder.

Nu je alle stappen hebt doorlopen is GA4 klaar om volledige data te rapporteren.

Mocht je na deze stappen nog vragen/aanvullingen hebben, laat het ons weten.

Mochten we je ergens mee kunnen helpen, neem dan contact met ons op.

Alvast heel veel succes en vooral plezier met GA4.